Waarom elke dag voorlezen?
Voorlezen helpt bij het vergroten van de woordenschat bij jong en oud. Kies hierbij een boek nét boven het leesniveau van de groep en dat aansluit bij een thema dat leeft op school en in de klas.
Voorlezen is lestijd, daarom plan je dit niet tijdens het eet- en drinkmoment. Zo profiteren alle leerlingen optimaal van het positieve effect van voorlezen, omdat ze zich nergens anders op hoeven te concentreren.
Hieronder lees je wat jouw rol is en wat je van andere betrokkenen kan verwachten.
De leerkracht
Leest elke dag 30 minuten voor en praat met de leerlingen over het boek. Als de situatie erom vraagt kan er ook gebruik gemaakt worden van luisterboeken. In dat geval luistert de leerkracht mee en praat met de klas over het luisterboek.
Voorlezen tijdens eten en drinken geldt niet als lestijd omdat leerlingen niet optimaal profiteren van het positieve effect van voorlezen wanneer zij tegelijkertijd met iets anders bezig zijn.
De leescoördinator of IB'er
Neemt in het leesbeleid op dat voorlezen de belangrijkste voorwaarde is voor leesmotivatie en ziet erop toe dat dit dagelijks 30 minuten in elke groep gebeurt.
De directeur
Moedigt leerkrachten aan om veel voor te lezen, onderstreept het belang ervan en denkt mee over hoe deze tijd kan worden vrijgemaakt op het rooster, zodat voorlezen als lestijd wordt ingevuld en niet bezwijkt onder de druk van andere activiteiten.
De leesconsulent
Adviseert leerkrachten over voorlezen en voorleesboeken bij actualiteiten of thema’s en kan toegang tot luisterboeken verschaffen.
De Leesconsulent kan ook observeren en adviseren wanneer het voorlezen om wat voor reden dan ook niet van de grond komt.